Wanneer codependency lijkt op liefde…

Verslaving wordt vaak gezien als iets wat over middelen gaat. Over alcohol, drugs of zichtbaar destructief gedrag. Iets waarvan je kunt zeggen: dat is het probleem.

Binnen het gedachtegoed van AA wordt verslaving echter breder bekeken. Niet als zwakte, maar als een manier om niet alleen te hoeven zijn met pijn, leegte of innerlijke onrust. Vanuit dat perspectief is het logisch dat niet alleen middelen, maar ook dynamieken diezelfde functie kunnen krijgen.

Relaties kunnen zo een vorm van verdoving worden. Niet als echte verbinding, maar als houvast.

Daar raakt het aan wat codependency wordt genoemd.

Codependency gaat niet alleen over zorgen voor de ander, maar over afhankelijk zijn van de verbinding zelf. Over het nodig hebben van de ander om je stabiel te voelen, om waarde te ervaren, om bestaansrecht te voelen. En die afhankelijkheid is vaak al actief vóórdat er werkelijk contact is.

Wat bij relatieverslaving wordt bedoeld, is dan ook niet dat iemand verslaafd is aan relaties, maar dat iemand zich steeds opnieuw aangetrokken voelt tot emotioneel niet-beschikbare personen. Personen die afwisselend nabij en afwezig zijn. Onduidelijk blijven. Net genoeg geven om hoop levend te houden, maar nooit werkelijk beschikbaar zijn.

En precies daar ontstaat een krachtige dynamiek.

De aandacht verschuift volledig naar de ander. Naar hoe je die persoon kunt bereiken. Hoe je het goed kunt doen. Hoe je jezelf kunt aanpassen, verdiepen, bewijzen. Je gaat vechten voor verbinding, in plaats van haar te ontvangen.

Wat daaronder ligt, is geen bewuste keuze, maar een lichamelijke reactie. De afwisseling van afstand en nabijheid activeert het systeem. Elke kleine opening, elk moment van bevestiging na afwijzing, geeft een korte ontlading. Adrenaline. Dopamine. Endorfine. Het voelt als opluchting. Als beloning na inspanning. Als: ik heb het goed gedaan.

Dat maakt deze dynamiek zo hardnekkig.

Niet omdat de verbinding voedend is, maar omdat het vechten zelf een kick geeft. Het lichaam raakt gewend aan spanning, aan hoop, aan het najagen van iets wat net buiten bereik blijft. Rust en beschikbaarheid kunnen dan leeg of ongemakkelijk aanvoelen, terwijl chaos wordt verward met liefde.

Juist hier begon voor mij de zoektocht. Niet alleen persoonlijk, maar ook inhoudelijk. Ik wilde begrijpen waarom deze patronen zo hardnekkig zijn. Waarom liefde zo vaak wordt verward met spanning, aanpassen en vechten. Waarom zoveel mensen vastlopen in relaties, terwijl niemand het gevoel heeft iets verkeerd te doen.

Die zoektocht bracht me bij opleidingen en verdiepingen rondom relatieverslaving, codependency en relatiedynamieken. Niet om mezelf als expert neer te zetten, maar om taal te krijgen voor wat ik steeds opnieuw zag gebeuren. In relaties. In mensen. In hoe aantrekking en afstand elkaar versterken.

Binnen AA-context wordt dit soms kernachtig samengevat met de woorden codependency first. Niet als oordeel, maar als constatering. De afhankelijkheid is er al. De wond is al actief. De dynamiek ligt al klaar.

Wat daarbij helpt om het te begrijpen, is dat deze dynamiek zelden eenrichtingsverkeer is. De polen trekken zich aan. Waar de één zich aanpast en blijft bewegen, kan de ander op afstand blijven. Waar de één zoekt naar nabijheid, bewaakt de ander autonomie. Niet omdat iemand fout is, maar omdat deze rollen elkaar aanvullen en in stand houden.

Zolang de één beweegt, hoeft de ander dat niet te doen. Zolang de één zich aanpast, blijft de ander buiten bereik.

Wat daar vaak onder ligt, is iets wat al veel eerder is ontstaan. Niet in de relatie zelf, maar in het kinddeel. In hoe nabijheid, aandacht en veiligheid ooit werden ervaren. Oude wonden herkennen elkaar. Het ene kinddeel zoekt bevestiging en nabijheid omdat het dat ooit heeft gemist. Het andere kinddeel heeft geleerd afstand te houden om zichzelf te beschermen. Die delen herkennen elkaar onmiddellijk. Niet rationeel, maar gevoelsmatig. En juist daardoor voelt het zo vertrouwd en intens, alsof er iets “klopt”, terwijl het in feite een oud patroon is dat opnieuw tot leven komt.

En wat daarbij vaak wordt gemist, is dat de codependente kant in deze dynamiek zelden volledig zichzelf is. Niet uit onechtheid, maar uit zelfbescherming. Er ontstaat een masker. Een afgestemde versie die gericht is op goedkeuring, liefde en bevestiging.

Alles is erop gericht dat de ander gelukkig blijft. Dat het contact niet wegvalt. Dat de relatie standhoudt. En ondertussen blijft iets essentieels onzichtbaar: wat deze persoon werkelijk voelt, nodig heeft of verlangt.

Dat maakt relaties verwarrend, ook voor de ander. Want als iemand zichzelf voortdurend bijstuurt, ontstaat er geen echte ontmoeting. De ander ontmoet zorg, inzet en aandacht, maar geen volledig mens.

En hier zit nog een ongemakkelijke, maar belangrijke laag.

Want degene die alles geeft, alles draagt en alles probeert te repareren, doet dat niet alleen uit liefde of zorgzaamheid. Er zit ook ego in. Niet het grote, opschepperige ego, maar het stille ego dat bestaansrecht zoekt.

De behoefte om nodig te zijn.
Om gezien te worden als goed, loyaal, onmisbaar.
Om via de ander te voelen: ik doe ertoe.

In die zin is codependency niet alleen zelfverloochening, maar ook een manier om jezelf via de relatie te bevestigen. Zolang de ander gelukkig is door jou, weet je wie je bent. Dat geeft houvast. Dat voelt veilig.

Wat in die zoektocht steeds helderder werd, is dat codependentie en relatieverslaving geen vormen zijn van te veel liefde, maar manieren om niet te hoeven voelen wat eronder ligt. Het moment dat het stil wordt. Het moment dat er niemand is om je aan vast te houden.

Bewustwording begint vaak wanneer iemand ziet dat aantrekkingskracht niet automatisch betekent dat iets klopt. Dat intensiteit niet hetzelfde is als verbinding. En dat echte verbinding pas mogelijk wordt wanneer iemand het masker durft af te zetten.

Misschien begint echte verbinding niet bij de ander, maar bij het durven verschijnen als jezelf.

Previous
Previous

Wanneer nabijheid te dichtbij komt…

Next
Next

Waar ik mezelf verloor…