Wanneer nabijheid te dichtbij komt…
(Vermijdende hechting, Bindingsangst)
Er zijn mensen die niet weglopen omdat ze niet willen verbinden, maar omdat het op een bepaald punt te dichtbij voelt. Niet meteen, niet in het begin. In het begin zijn ze vaak aanwezig, geïnteresseerd en warm. Ze luisteren goed, houden overzicht, stellen vragen. Ze voelen zich prettig zolang er ruimte is, zolang er niets hoeft, zolang het licht blijft.
Maar ergens, vaak ongemerkt, verschuift er iets. Er ontstaan verwachtingen. Er komt diepte. Misschien een verlangen naar meer samen, meer delen, meer afstemming. En precies daar verandert de toon van binnen. Niet naar onverschilligheid, maar naar spanning.
Het lichaam trekt samen, de adem wordt oppervlakkiger en gedachten worden rationeler. Wat eerst vanzelf ging, begint moeite te kosten. Er ontstaat een behoefte aan afstand, aan rust, aan autonomie. Niet omdat de ander iets fout doet, maar omdat nabijheid iets raakt wat ooit te veel was.
Bindingsangst wordt vaak gezien als vluchten, als mensen die verdwijnen zodra het serieus wordt. En die vorm bestaat. Maar het is niet de enige. Er zijn ook mensen die niet weglopen, maar blijven. Die zorgen, helpen, dingen maken, oplossen, uitleggen en regelen. Mensen die liefde laten zien via doen, niet via voelen. Ze zijn loyaal, betrokken en aanwezig, maar emotioneel blijft er iets op afstand.
Niet omdat ze geen verbinding willen, maar omdat echte emotionele nabijheid zwaar kan voelen. Voor mensen met een vermijdende hechting voelt intimiteit soms als verlies. Niet per se van de ander, maar van zichzelf. Het idee dat iemand op je leunt, dat je nodig bent, dat jouw aanwezigheid verschil maakt. Het klinkt liefdevol, maar kan ook als druk voelen, alsof er iets van je wordt gevraagd dat je niet kunt overzien.
Dus ontstaat er beweging, subtiel en stil. Meer tijd alleen. Minder delen. Praktisch blijven. Liefde tonen via zorgen, via verantwoordelijkheid, via doen. Geven voelt veiliger dan ontvangen. Helpen veiliger dan leunen, want ontvangen vraagt overgave. En juist dat kan onveilig voelen.
Veel mensen met deze hechtingsstijl hebben vroeg geleerd zelfstandig te zijn. Niet leunen, niet vragen, niet verwachten. Dat werd veiligheid. Dat werd identiteit. Wanneer een relatie uitnodigt tot samen, tot afhankelijkheid en tot echt contact, raakt dat aan iets ouds. Niet bewust, maar voelbaar. Autonomie wordt dan geen afwijzing van de ander, maar een manier om jezelf te beschermen.
In relaties raakt deze stijl vaak verstrengeld met iemand die juist nabijheid zoekt. Waar de één ruimte nodig heeft om te ademen, zoekt de ander bevestiging om zich veilig te voelen. Niet omdat ze elkaar niet willen, maar omdat hun zenuwstelsels iets anders vragen. Bindingsangst is dan geen onwil, geen gebrek aan liefde, maar een lichaam dat ooit heeft geleerd dat nabijheid te veel vraagt.
Misschien begint beweging niet bij meer ruimte of meer nabijheid, maar bij het herkennen van wat er van binnen gebeurt.
In een volgend blog ga ik in op de andere kant van deze beweging: wanneer nabijheid wordt gezocht.