Martine Martine

De Liefdesdans…

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

Soms ontmoeten twee mensen elkaar en voelt het alsof er meteen iets groots gebeurt. Alsof er herkenning is voorbij woorden. Een intensiteit die alles overstemt. Het gevoel dat dit geen gewone ontmoeting is, maar iets wat bedoeld is. Iets wat je niet kunt negeren.

De één voelt zich diep gezien. De ander voelt zich levend en vrij.
En juist dat maakt de aantrekking zo sterk.

In het begin lijkt alles te kloppen. Er is verlangen, nieuwsgierigheid, contact. De verschillen voelen aanvullend. Waar de één graag afstemt, bewaart de ander overzicht. Waar de één nabijheid zoekt, brengt de ander ruimte. Het voelt alsof dit precies is wat nodig is. Maar relaties blijven niet in het begin.

Langzaam ontstaat er meer betekenis. Verwachting. Diepte. Misschien het verlangen naar meer samen, meer afstemming, meer toekomst. En precies daar begint iets te verschuiven.

Voor de één wordt nabijheid steeds belangrijker. Contact geeft rust. Afstemming voelt als veiligheid. Voor de ander begint diezelfde nabijheid zwaarder te voelen. Alsof er iets wordt gevraagd wat moeilijk te dragen is. Niet omdat de ander iets verkeerd doet, maar omdat het lichaam reageert. Zo ontstaat beweging.

Waar de één iets dichterbij komt, zet de ander onbewust een stap terug. Waar de één bevestiging zoekt, zoekt de ander ruimte. Niet als spel. Niet als macht. Maar als automatische reactie op wat veiligheid betekent.

Niet iedereen beweegt hetzelfde in deze dans. Wat voor de één geruststellend voelt, kan voor de ander benauwend zijn. Sommige mensen zoeken nabijheid wanneer het spannend wordt. Anderen hebben dan juist afstand nodig om zichzelf te blijven voelen. Die verschillen zijn geen karaktereigenschappen, maar manieren waarop we ooit hebben geleerd ons te hechten.

Die patronen ontstaan vaak vroeg. In hoe nabijheid werd ervaren. In hoe beschikbaarheid voelde. In hoe liefde werd gegeven of gemist. Ze leven niet als herinnering, maar als lichamelijke reactie. In wat vanzelf gebeurt, zonder dat we het kiezen.

Daarom herkennen veel mensen zich niet volledig in één beweging. In de ene relatie zoeken ze nabijheid, in de andere juist afstand. Afhankelijk van wie ze tegenover zich hebben. Afhankelijk van wat er geraakt wordt. Hechting is geen vast label, maar een dynamiek die zich tussen twee mensen ontvouwt.

Wat deze liefdesdans zo verwarrend maakt, is dat hij begint vanuit echte aantrekkingskracht. Vanuit iets wat diep klopt. Het zijn geen tegenpolen die elkaar afstoten, maar polen die zich juist aantrekken. Omdat wonden elkaar herkennen. Omdat oude delen feilloos aanvoelen waar het gevoelig is.

Soms is die aantrekking zo intens dat mensen het benoemen als een soulmate - of tweelingziel verbinding. Het idee dat twee zielen elkaar herkennen, maar nog niet samen kunnen komen. Dat de timing niet klopt. Dat er eerst iets moet worden uitgewerkt.

Dat verhaal kan troost bieden. Het geeft betekenis aan de intensiteit. Maar het kan ook verhullen wat er werkelijk gebeurt.

Want wat vaak wordt herkend, is niet zozeer de ander, maar een deel van jezelf. Een oud verlangen. Een wond die lang heeft gewacht om gezien te worden. Die herkenning voelt groots, onvermijdelijk en diep verbonden. En juist daarom kan de dynamiek zo heftig worden.

De aantrekking is sterk, maar de verbinding blijft onrustig. Niet omdat het ‘nog niet mag’, maar omdat twee beschermingssystemen elkaar hebben gevonden.

In deze dans raakt vaak ook aanpassen verstrengeld met verlangen. Pleasen, zorgen, geven, dragen. Niet alleen uit liefde, maar ook uit angst om de verbinding te verliezen. De aandacht verschuift naar de ander, terwijl het eigen voelen langzaam naar de achtergrond verdwijnt. Zo ontstaat codependency, niet als fout, maar als overlevingsstrategie.

Liefde wordt dan verward met spanning. Met zoeken. Met het reguleren van afstand en nabijheid. Rust kan leeg aanvoelen. Beschikbaarheid zelfs ongemakkelijk. Niet omdat het niet gewenst is, maar omdat het zenuwstelsel iets anders heeft geleerd.

In deze liefdesdans zijn geen schuldigen. Geen dader en geen slachtoffer. Beide mensen doen wat ooit nodig was om zichzelf te beschermen. Alleen gebeurt dat nu in relatie tot elkaar.

Bewustwording begint vaak wanneer iemand ziet dat deze beweging zich herhaalt. Dat het niet over déze relatie gaat, maar over een patroon dat steeds opnieuw ontstaat. Niet om het te analyseren of te repareren, maar om het te herkennen.

Want zodra de dans zichtbaar wordt, ontstaat er ruimte. Ruimte om even stil te staan. Ruimte om niet automatisch mee te bewegen. Ruimte om te voelen wat er werkelijk nodig is.

Misschien is echte verbinding niet het perfect op elkaar afstemmen, maar het moment waarop beide mensen hun beweging leren herkennen. Niet om te veranderen wie ze zijn, maar om niet langer geleid te worden door iets ouds.

En misschien begint liefde daar waar de dans even mag stoppen.

Niet elke relatie is een onbewuste dans. Er zijn relaties waarin manipulatie of structurele onveiligheid aanwezig is, en die vragen om begrenzing in plaats van verdieping. Daar later meer over.

 

Read More
Martine Martine

Wanneer afstand onveilig voelt…

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

(Afhankelijke hechting, Verlatingsangst)

Er zijn mensen voor wie nabijheid geen vanzelfsprekendheid is, maar noodzaak. Niet omdat ze niet alleen kunnen zijn, maar omdat afstand iets in hen activeert wat moeilijk te verdragen is. Het gebeurt niet meteen. Niet bij de eerste ontmoeting, niet bij het begin. Daar is vaak juist enthousiasme, openheid, verbinding. Het gevoel: hier gebeurt iets. Hier is contact.

Maar zodra er stilte valt, zodra de ander minder zichtbaar wordt, verandert er iets vanbinnen.

Het lichaam wordt alert. Gedachten gaan sneller. Wat eerst rustig voelde, wordt onzeker. Het is alsof er van binnen een alarmsysteem aanslaat. Niet omdat er daadwerkelijk gevaar is, maar omdat stilte ooit betekende dat je alleen kwam te staan. Er ontstaat een behoefte om af te stemmen, te checken, te voelen of de verbinding er nog is. Niet uit controle, maar uit verlangen naar veiligheid. Naar bevestiging dat het contact niet verdwijnt.

Voor mensen met verlatingsangst voelt afstand niet neutraal. Afstand voelt als dreiging. Niet omdat de ander iets fout doet, maar omdat het zenuwstelsel afstand interpreteert als mogelijk verlies. En dat verlies wordt niet alleen mentaal ervaren, maar lichamelijk. Onrust in de buik, spanning op de borst, een voortdurende staat van paraatheid.

Deze mensen zijn vaak gevoelig, betrokken en afgestemd. Ze voelen haarfijn aan wat er verandert. Ze merken kleine veranderingen op, een andere toon, minder initiatief, een vertraagd antwoord. En juist die gevoeligheid, die kwaliteit, kan omslaan in overleven zodra de verbinding onzeker wordt.

Dan verschuift de aandacht naar de ander. Naar hoe het gaat. Naar wat nodig is om het contact te behouden. Er ontstaat de neiging om meer te geven, meer te investeren, meer beschikbaar te zijn. Niet omdat dat gevraagd wordt, maar omdat het voelt als de manier om de relatie veilig te houden.

Wat hier vaak onder ligt, is geen gebrek aan eigenwaarde, maar een diepe associatie tussen verbinding en veiligheid. En die associatie leeft niet in het hoofd. Ze leeft in het lichaam. Nabijheid betekent rust. Afstemming betekent bestaansrecht. En dus wordt afstand niet ervaren als pauze, maar als risico.

Ze nemen verantwoordelijkheid voor de relatie, soms zelfs voor de gevoelens van de ander. Dat kan onbewust manipulatief zijn. Niet berekend of intentioneel, maar gestuurd door de angst om de verbinding te verliezen. De nabijheid van de ander wordt ingezet om het eigen systeem tot rust te brengen.

Mensen met verlatingsangst zijn zelden passief. Ze bewegen. Ze zoeken contact. Ze willen praten, oplossen, begrijpen. En tegelijk kan dat zwaar worden. Voor henzelf, maar ook voor de ander. Want waar de één nabijheid zoekt om zich veilig te voelen, kan de ander juist ruimte nodig hebben om zichzelf te blijven voelen. Zo ontstaan dynamieken die elkaar onbedoeld versterken.

Wat vaak wordt gemist, is dat verlatingsangst niet draait om afhankelijkheid van de ander, maar om afhankelijkheid van het gevoel van verbinding. Het is geen zwakte, maar een strategie die ooit nodig was. Een manier om nabijheid te bewaken in een wereld waarin die niet vanzelfsprekend was.

Rustige, consistente liefde kan daarom in het begin zelfs onwennig voelen. Niet omdat het niet gewenst is, maar omdat het zenuwstelsel nog gewend is aan spanning. Aan alert zijn. Aan het bewaken van contact. Veiligheid moet hier langzaam landen.

Verlatingsangst is geen keuze, geen zwakte, geen karakterfout. Het is een lichaam dat heeft geleerd dat nabijheid bescherming biedt. En dat die bescherming actief moet worden veiliggesteld.

Misschien begint beweging hier niet bij minder voelen of minder verlangen, maar bij het herkennen van deze innerlijke alarmen. Niet om ze weg te drukken, maar om ze serieus te nemen. Zodat nabijheid niet langer iets is wat vastgehouden moet worden, maar iets wat niet meer hoeft te verdwijnen.

Dit patroon ontstaat niet op zichzelf. In relaties raakt deze beweging altijd aan die van een ander. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, hoe nabijheid en afstand elkaar beïnvloeden, wordt vaak samengevat in wat de liefdesdans wordt genoemd.

In het volgende artikel ga ik daar verder op in.

 

Read More
Martine Martine

Wanneer nabijheid te dichtbij komt…

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

(Vermijdende hechting, Bindingsangst)

Er zijn mensen die niet weglopen omdat ze niet willen verbinden, maar omdat het op een bepaald punt te dichtbij voelt. Niet meteen, niet in het begin. In het begin zijn ze vaak aanwezig, geïnteresseerd en warm. Ze luisteren goed, houden overzicht, stellen vragen. Ze voelen zich prettig zolang er ruimte is, zolang er niets hoeft, zolang het licht blijft.

Maar ergens, vaak ongemerkt, verschuift er iets. Er ontstaan verwachtingen. Er komt diepte. Misschien een verlangen naar meer samen, meer delen, meer afstemming. En precies daar verandert de toon van binnen. Niet naar onverschilligheid, maar naar spanning.

Het lichaam trekt samen, de adem wordt oppervlakkiger en gedachten worden rationeler. Wat eerst vanzelf ging, begint moeite te kosten. Er ontstaat een behoefte aan afstand, aan rust, aan autonomie. Niet omdat de ander iets fout doet, maar omdat nabijheid iets raakt wat ooit te veel was.

Bindingsangst wordt vaak gezien als vluchten, als mensen die verdwijnen zodra het serieus wordt. En die vorm bestaat. Maar het is niet de enige. Er zijn ook mensen die niet weglopen, maar blijven. Die zorgen, helpen, dingen maken, oplossen, uitleggen en regelen. Mensen die liefde laten zien via doen, niet via voelen. Ze zijn loyaal, betrokken en aanwezig, maar emotioneel blijft er iets op afstand.

Niet omdat ze geen verbinding willen, maar omdat echte emotionele nabijheid zwaar kan voelen. Voor mensen met een vermijdende hechting voelt intimiteit soms als verlies. Niet per se van de ander, maar van zichzelf. Het idee dat iemand op je leunt, dat je nodig bent, dat jouw aanwezigheid verschil maakt. Het klinkt liefdevol, maar kan ook als druk voelen, alsof er iets van je wordt gevraagd dat je niet kunt overzien.

Dus ontstaat er beweging, subtiel en stil. Meer tijd alleen. Minder delen. Praktisch blijven. Liefde tonen via zorgen, via verantwoordelijkheid, via doen. Geven voelt veiliger dan ontvangen. Helpen veiliger dan leunen, want ontvangen vraagt overgave. En juist dat kan onveilig voelen.

Veel mensen met deze hechtingsstijl hebben vroeg geleerd zelfstandig te zijn. Niet leunen, niet vragen, niet verwachten. Dat werd veiligheid. Dat werd identiteit. Wanneer een relatie uitnodigt tot samen, tot afhankelijkheid en tot echt contact, raakt dat aan iets ouds. Niet bewust, maar voelbaar. Autonomie wordt dan geen afwijzing van de ander, maar een manier om jezelf te beschermen.

In relaties raakt deze stijl vaak verstrengeld met iemand die juist nabijheid zoekt. Waar de één ruimte nodig heeft om te ademen, zoekt de ander bevestiging om zich veilig te voelen. Niet omdat ze elkaar niet willen, maar omdat hun zenuwstelsels iets anders vragen. Bindingsangst is dan geen onwil, geen gebrek aan liefde, maar een lichaam dat ooit heeft geleerd dat nabijheid te veel vraagt.

Misschien begint beweging niet bij meer ruimte of meer nabijheid, maar bij het herkennen van wat er van binnen gebeurt.

In een volgend blog ga ik in op de andere kant van deze beweging: wanneer nabijheid wordt gezocht.

Read More
Martine Martine

Wanneer codependency lijkt op liefde…

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

Verslaving wordt vaak gezien als iets wat over middelen gaat. Over alcohol, drugs of zichtbaar destructief gedrag. Iets waarvan je kunt zeggen: dat is het probleem.

Binnen het gedachtegoed van AA wordt verslaving echter breder bekeken. Niet als zwakte, maar als een manier om niet alleen te hoeven zijn met pijn, leegte of innerlijke onrust. Vanuit dat perspectief is het logisch dat niet alleen middelen, maar ook dynamieken diezelfde functie kunnen krijgen.

Relaties kunnen zo een vorm van verdoving worden. Niet als echte verbinding, maar als houvast.

Daar raakt het aan wat codependency wordt genoemd.

Codependency gaat niet alleen over zorgen voor de ander, maar over afhankelijk zijn van de verbinding zelf. Over het nodig hebben van de ander om je stabiel te voelen, om waarde te ervaren, om bestaansrecht te voelen. En die afhankelijkheid is vaak al actief vóórdat er werkelijk contact is.

Wat bij relatieverslaving wordt bedoeld, is dan ook niet dat iemand verslaafd is aan relaties, maar dat iemand zich steeds opnieuw aangetrokken voelt tot emotioneel niet-beschikbare personen. Personen die afwisselend nabij en afwezig zijn. Onduidelijk blijven. Net genoeg geven om hoop levend te houden, maar nooit werkelijk beschikbaar zijn.

En precies daar ontstaat een krachtige dynamiek.

De aandacht verschuift volledig naar de ander. Naar hoe je die persoon kunt bereiken. Hoe je het goed kunt doen. Hoe je jezelf kunt aanpassen, verdiepen, bewijzen. Je gaat vechten voor verbinding, in plaats van haar te ontvangen.

Wat daaronder ligt, is geen bewuste keuze, maar een lichamelijke reactie. De afwisseling van afstand en nabijheid activeert het systeem. Elke kleine opening, elk moment van bevestiging na afwijzing, geeft een korte ontlading. Adrenaline. Dopamine. Endorfine. Het voelt als opluchting. Als beloning na inspanning. Als: ik heb het goed gedaan.

Dat maakt deze dynamiek zo hardnekkig.

Niet omdat de verbinding voedend is, maar omdat het vechten zelf een kick geeft. Het lichaam raakt gewend aan spanning, aan hoop, aan het najagen van iets wat net buiten bereik blijft. Rust en beschikbaarheid kunnen dan leeg of ongemakkelijk aanvoelen, terwijl chaos wordt verward met liefde.

Juist hier begon voor mij de zoektocht. Niet alleen persoonlijk, maar ook inhoudelijk. Ik wilde begrijpen waarom deze patronen zo hardnekkig zijn. Waarom liefde zo vaak wordt verward met spanning, aanpassen en vechten. Waarom zoveel mensen vastlopen in relaties, terwijl niemand het gevoel heeft iets verkeerd te doen.

Die zoektocht bracht me bij opleidingen en verdiepingen rondom relatieverslaving, codependency en relatiedynamieken. Niet om mezelf als expert neer te zetten, maar om taal te krijgen voor wat ik steeds opnieuw zag gebeuren. In relaties. In mensen. In hoe aantrekking en afstand elkaar versterken.

Binnen AA-context wordt dit soms kernachtig samengevat met de woorden codependency first. Niet als oordeel, maar als constatering. De afhankelijkheid is er al. De wond is al actief. De dynamiek ligt al klaar.

Wat daarbij helpt om het te begrijpen, is dat deze dynamiek zelden eenrichtingsverkeer is. De polen trekken zich aan. Waar de één zich aanpast en blijft bewegen, kan de ander op afstand blijven. Waar de één zoekt naar nabijheid, bewaakt de ander autonomie. Niet omdat iemand fout is, maar omdat deze rollen elkaar aanvullen en in stand houden.

Zolang de één beweegt, hoeft de ander dat niet te doen. Zolang de één zich aanpast, blijft de ander buiten bereik.

Wat daar vaak onder ligt, is iets wat al veel eerder is ontstaan. Niet in de relatie zelf, maar in het kinddeel. In hoe nabijheid, aandacht en veiligheid ooit werden ervaren. Oude wonden herkennen elkaar. Het ene kinddeel zoekt bevestiging en nabijheid omdat het dat ooit heeft gemist. Het andere kinddeel heeft geleerd afstand te houden om zichzelf te beschermen. Die delen herkennen elkaar onmiddellijk. Niet rationeel, maar gevoelsmatig. En juist daardoor voelt het zo vertrouwd en intens, alsof er iets “klopt”, terwijl het in feite een oud patroon is dat opnieuw tot leven komt.

En wat daarbij vaak wordt gemist, is dat de codependente kant in deze dynamiek zelden volledig zichzelf is. Niet uit onechtheid, maar uit zelfbescherming. Er ontstaat een masker. Een afgestemde versie die gericht is op goedkeuring, liefde en bevestiging.

Alles is erop gericht dat de ander gelukkig blijft. Dat het contact niet wegvalt. Dat de relatie standhoudt. En ondertussen blijft iets essentieels onzichtbaar: wat deze persoon werkelijk voelt, nodig heeft of verlangt.

Dat maakt relaties verwarrend, ook voor de ander. Want als iemand zichzelf voortdurend bijstuurt, ontstaat er geen echte ontmoeting. De ander ontmoet zorg, inzet en aandacht, maar geen volledig mens.

En hier zit nog een ongemakkelijke, maar belangrijke laag.

Want degene die alles geeft, alles draagt en alles probeert te repareren, doet dat niet alleen uit liefde of zorgzaamheid. Er zit ook ego in. Niet het grote, opschepperige ego, maar het stille ego dat bestaansrecht zoekt.

De behoefte om nodig te zijn.
Om gezien te worden als goed, loyaal, onmisbaar.
Om via de ander te voelen: ik doe ertoe.

In die zin is codependency niet alleen zelfverloochening, maar ook een manier om jezelf via de relatie te bevestigen. Zolang de ander gelukkig is door jou, weet je wie je bent. Dat geeft houvast. Dat voelt veilig.

Wat in die zoektocht steeds helderder werd, is dat codependentie en relatieverslaving geen vormen zijn van te veel liefde, maar manieren om niet te hoeven voelen wat eronder ligt. Het moment dat het stil wordt. Het moment dat er niemand is om je aan vast te houden.

Bewustwording begint vaak wanneer iemand ziet dat aantrekkingskracht niet automatisch betekent dat iets klopt. Dat intensiteit niet hetzelfde is als verbinding. En dat echte verbinding pas mogelijk wordt wanneer iemand het masker durft af te zetten.

Misschien begint echte verbinding niet bij de ander, maar bij het durven verschijnen als jezelf.

Read More
Martine Martine

Waar ik mezelf verloor…

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

Soms loop je jarenlang naast iemand, zonder ooit echt samen te zijn.

Ik kende hem al vanaf mijn twaalfde. We liepen jarenlang langs elkaar heen, in verschillende fases van ons leven. Pas veel later, toen ik zevenentwintig was, kregen we een relatie. Niet impulsief. Niet onbewust. Maar vanuit een diep gevoel van verbondenheid en geschiedenis.

De eerste paar jaar waren eigenlijk heel mooi. We leerden elkaar opnieuw kennen als volwassenen, voerden gesprekken tot diep in de nacht, deelden dromen over de toekomst. Er was warmte, plezier en oprechte verbondenheid. Maar langzaam begonnen er dingen in te sluipen. Kleine onduidelijkheden, momenten van afstand, het gevoel dat ik hem soms kwijtraakte zonder precies te weten waarom. Ik wuifde het in het begin vaak weg, wilde het niet groter maken dan het was. Tot het niet meer te negeren viel.

We bouwden samen een leven op, kregen twee prachtige kinderen, namen verantwoordelijkheid. Aan de buitenkant leek het stevig. Van binnen werd het steeds ingewikkelder.

Wat ik toen nog niet goed kon zien, was hoe onveilig de dynamiek eigenlijk was.

Ik verlangde naar nabijheid. Naar samen voelen, samendragen, samen aanwezig zijn. Maar waar ik me verbond vanuit openheid, trok hij me steeds opnieuw mee in een patroon van aantrekken en afstoten. Er was weinig houvast. Dingen klopten vaak niet, verhalen veranderden, afspraken vervaagden. Ik voelde me steeds vaker alleen in het proberen om iets heel te houden wat al lang begon te wankelen. Maar ik bleef, omdat ik zo graag geloofde in het beeld dat ik voor me zag. Een gezin en samen iets opbouwen dat bleef.

Misschien was dat mijn aandeel. Dat ik me bleef vastklampen aan iets wat ik zo graag wilde, dat ik mezelf vergat. Dat ik het ideaalbeeld van verbondenheid bleef najagen, ook als de werkelijkheid me iets anders liet zien. En omdat het ook verslavend werd. Die momenten waarop het even wel goed voelde, waarop ik wel werd gezien, wel werd vastgehouden, werden een beloning waar mijn hele systeem naar verlangde. Achteraf herken ik de tekenen van relatieverslaving. Niet alleen psychisch, maar ook chemisch. De highs en de crash daarna. Mijn lijf, mijn hoofd, mijn hart, alles werd onderdeel van die cyclus.

Dat gemis, dat verlangen naar meer samen, is er nog altijd. Maar ik probeer nu te erkennen wat wel waar was, en wat niet meer klopte.

Het laatste stuk van onze relatie was intens en emotioneel.

We hebben gepraat, geprobeerd, gevochten om elkaar te bereiken. Maar hoe harder ik probeerde contact te maken, hoe vager en afstandelijker hij werd. Of hij draaide het om. Vaak wist ik niet meer wat waar was. Dat vrat aan me. En het maakte me afhankelijk van de momenten waarop hij wel dichtbij kwam, alsof die korte pieken het dal moesten rechtvaardigen.

Niet uit onwil. Niet omdat ik niet meer wilde.

Maar omdat mijn lichaam zich begon terug te trekken, elke keer dat mijn verlangen werd afgewezen. Intimiteit werd ingewikkeld. Niet omdat ik geen nabijheid wilde, maar juist omdat ik ernaar verlangde. Steeds weer hoopte ik dat het anders zou zijn, dat ik dichterbij mocht komen, maar ik werd telkens afgewezen. Of het leek even open, en sloeg dan onverwacht weer om. Die onvoorspelbaarheid maakte me angstig. Tegelijkertijd begon ik mezelf langzaam te verdoven. Ik hield mezelf bezig, zocht afleiding, probeerde de pijn niet te voelen. Terwijl ik verlangde naar contact, raakte ik mezelf steeds verder kwijt. En hij leefde in iets wat voor mij steeds leger aanvoelde.

Na alles wat we hadden meegemaakt, werd ook de scheiding een intens proces. Niet eenvoudig, soms pijnlijk en chaotisch. Maar ook daarin vonden we uiteindelijk een vorm waarin we verder konden, ieder op onze eigen manier.

Na de scheiding dacht ik dat ik het begreep.

Dat het lag aan de dynamiek. Aan het gebrek aan emotionele beschikbaarheid. Aan het steeds weer stoten tegen een muur. Ik was ervan overtuigd dat liefde vooral rustig, gelijkwaardig en open moest zijn.

Maar in de jaren daarna begon ik iets anders te ontdekken.

Niet zozeer over de ander, maar over mezelf. Over wat het langdurig verlangen naar verbinding, en het telkens niet vinden, met mij had gedaan. Hoe mijn lichaam uit bescherming had geleerd om afstand te houden. Zelfs wanneer er wel ruimte was. En hoe die relatie, hoe pijnlijk ook, iets in mij had geraakt wat verslavend werkte. Niet alleen door wat hij gaf of niet gaf, maar door de intensiteit, de hunkering, de euforie van het even hebben wat je de rest van de tijd mist.

Ik begon te merken hoe spannend het ook voor mij was geworden om echt aanwezig te blijven in nabijheid. Niet omdat iemand me afwees, maar omdat iets in mij al op voorhand op scherp stond. Alsof ik nog steeds op een oude dreiging anticipeerde.

Dat was het moment waarop ik niet langer alleen naar de ander kon kijken.

Ik moest eerlijk zijn over mijn eigen patronen. Over hoe ik mezelf jarenlang was kwijtgeraakt in het blijven vechten voor iets wat er niet kon zijn. En hoe mijn systeem had geleerd om zichzelf terug te trekken. Als een automatische reactie, los van de context.

Dat inzicht ging niet over schuld. Niet over goed of fout.

Maar over begrijpen. Over zien hoe diep gedrag zich kan inslijpen wanneer je lange tijd probeert iets te krijgen wat de ander niet kan bieden. En hoe je lichaam, in die voortdurende spanning, gewend raakt aan het zoeken, hunkeren, hopen, zelfs als het ten koste van jezelf gaat.

En hoe het pas echt kan veranderen wanneer je zacht leert kijken naar hoe je jezelf bent gaan beschermen. En langzaam opnieuw mag leren openen.

Daar ben ik nu. Niet op een eindpunt, maar onderweg.

Wat me opvalt, bij mezelf en bij mensen om me heen, is hoe hardnekkig bepaalde patronen kunnen zijn. Hoe ze zich blijven herhalen, vaak in verschillende vormen, totdat je ze echt hebt doorzien en afgeleerd. Pas dan verandert ook wat je aantrekt, en wat je toelaat. Het vraagt tijd, bewustzijn en mildheid. Maar juist daar, in dat proces, begint vaak iets nieuws te stromen. Iets wat op echte verbinding lijkt.

Read More
Martine Martine

En toen werd het stil…

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen. Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

Het kostte me één scheiding en meerdere lange, gebroken relaties om dit te begrijpen.
Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, en ook niet omdat ik mezelf niet kende, maar omdat sommige dingen pas zichtbaar worden als je er middenin zit.

Het was Eerste Paasdag. We zouden samen naar de sauna gaan. Om tien uur zat ik klaar. Mijn tas was ingepakt en de kinderen waren eindelijk een weekend bij hun vader. Alles was geregeld. Ik had ruimte gemaakt, tijd vrijgemaakt, zin om samen weg te zijn.

En toen werd het stil.

Geen bericht, geen bevestiging, niets. We waren al maanden aan het daten, niet net begonnen en niet vrijblijvend. Terwijl de ochtend verstreek, merkte ik hoe vanzelfsprekend het voor me was geworden om te wachten, om te hopen, om alvast excuses voor hem te bedenken.Hij zal wel druk zijn. Hij komt vast nog.

Daar zat ik dan. Met twee kinderen, een goede baan en een mooi huis. En toch in dat bekende gevoel van afwachten. Niet omdat ik niets beters te doen had, maar omdat ik op hem had gerekend.

Het was ook niet de eerste keer. Ik leek steeds mannen aan te trekken die emotioneel niet helemaal beschikbaar waren. Warm en aanwezig zolang het licht bleef, maar afwezig zodra het ergens over ging. Mannen die niet duidelijk vertrokken, maar ook nooit echt bleven. Net genoeg om te blijven hopen, nooit genoeg om op te bouwen.

En toch was dat niet het hele verhaal.

Want bij mannen die wel beschikbaar waren, gebeurde er iets anders in mij. Dan werd ik onrustig. Dan voelde het te dichtbij, te veilig misschien. Terwijl er niets mis was, had ik de neiging om afstand te nemen. Alsof zekerheid spannender was dan onzekerheid. Alsof wachten vertrouwder voelde dan blijven.

Daar kon ik niet langer alleen naar hen blijven wijzen. Ik moest eerlijk zijn naar mezelf. Niet hard, niet beschuldigend, maar wel oprecht. Ook ik had hier een aandeel in. In wat ik aantrok, in wat ik toeliet en in wat ik spannend vond.

Het kwartje viel, en toch kon ik het zelf bijna niet geloven. Ik zocht naar emotioneel niet-beschikbare mannen en leerde gaandeweg wat echte beschikbaarheid vraagt. Lange tijd verwarde ik chaos en verwarring met liefde.

En precies dat is de reden dat Soul Matchers nu bestaat. Niet om je te leren hoe je moet daten. Niet om sneller te kiezen of harder je best te doen.

Maar om ontmoetingen te creëren waarin je kunt voelen hoe jij je verhoudt tot de ander. Waar je niet hoeft te jagen of te bewijzen. Waar ruimte is voor echte aanwezigheid, eerlijk contact en herkenning.

Onze datingavonden zijn geen snelle speeddates, maar begeleide ontmoetingen waarin veiligheid, verbinding en bewustzijn centraal staan. Zodat je niet alleen iemand anders ontmoet, maar ook jezelf, in hoe je verbindt.

Meer dan een date. Een ontmoeting waarin je mag oefenen met beschikbaar zijn. Voor de ander, en voor jezelf.

Read More